ECLI:NL:RBSGR:2001:AB0484
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Knol
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak primair feit en voorwaardelijke veroordeling voor seksueel binnendringen bij lichamelijke onmacht
De politierechter te 's-Gravenhage behandelde op 23 februari 2001 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van seksueel binnendringen van een vrouw die zich in een toestand van lichamelijke onmacht bevond.
De rechter sprak verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte zonder toestemming zijn tong in de mond van het slapende slachtoffer bracht, hetgeen onder artikel 243 Wetboek Pro van Strafrecht valt als seksueel binnendringen bij lichamelijke onmacht.
De rechter oordeelde dat slaap als toestand van lichamelijke onmacht moet worden beschouwd, omdat het slachtoffer niet in staat was haar wil te bepalen of tegenstand te bieden. Verdachte mocht niet vertrouwen op toestemming van het slachtoffer, gezien haar diepe slaap en onbekendheid met verdachte.
Gezien de ernst van het feit en persoonlijke omstandigheden van verdachte werd een gevangenisstraf van twee maanden opgelegd, waarvan één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De straf is geheel voorwaardelijk opgelegd vanwege de mogelijke gevolgen voor de huidige betrekking van verdachte.
De rechter wees tevens op het reclasseringsrapport en de ernst van de inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer, die aangaf meer geraakt te zijn dan aanvankelijk verwacht.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden, waarvan één maand voorwaardelijk, wegens seksueel binnendringen van een slapend slachtoffer.