ECLI:NL:RBSGR:2001:AB0663
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens schending recht op rechtsbijstand vreemdeling
De vreemdeling is op 9 december 2000 in bewaring gesteld en voorafgaand aan het verhoor heeft hij uitdrukkelijk verzocht om de aanwezigheid van een advocaat. De vreemdelingendienst heeft geprobeerd contact te krijgen met de advocatenpiketdienst, maar deze was telefonisch niet bereikbaar. Na het verzenden van een faxverzoek is de vreemdeling toch zonder advocaat gehoord.
De rechtbank oordeelt dat hiermee artikel 82, tweede en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit is geschonden. Volgens een arrest van de Hoge Raad prevaleert het tweede lid boven het vierde lid indien een advocaat niet binnen een redelijke termijn beschikbaar is. De vreemdelingendienst had het verhoor moeten uitstellen totdat duidelijk was dat geen advocaat beschikbaar was.
De bewaring vanaf 9 december 2000 wordt daarom onrechtmatig verklaard. Het beroep wordt gegrond verklaard, de bewaring wordt opgeheven met ingang van 4 januari 2001 en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding van in totaal f 4200,-- toegekend voor onrechtmatige bewaring. Daarnaast worden de proceskosten van de vreemdeling vergoed.
Uitkomst: De bewaring wordt opgeheven wegens schending van het recht op rechtsbijstand en een schadevergoeding van f 4200,-- wordt toegekend.