ECLI:NL:RBSGR:2001:AB0666
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Bewaring van vreemdeling wegens onttrekkingsgevaar bij onregelmatige uitreis met vals paspoort
Eiser, van vermoedelijke Sri Lankaanse nationaliteit, werd op 3 januari 2001 in bewaring gesteld wegens het vermoeden dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken. Dit volgde op zijn aanhouding op Schiphol toen hij probeerde Nederland te verlaten met een vals paspoort. Verweerder had een last tot uitzetting gegeven en stelde dat eiser geen geldige verblijfsvergunning had en zich onttrokken had aan toezicht.
Eiser voerde aan dat hij zich niet aan uitzetting onttrok omdat hij juist Nederland wilde verlaten en asiel wilde aanvragen in Canada. Ook stelde hij dat verweerder onvoldoende voortvarend was in het uitzettingsproces. Verweerder stelde dat eiser zich onttrok aan het toezicht en dat er een geldige claim bij de Franse autoriteiten lag vanwege zijn instapkaart naar Montréal.
De rechtbank overwoog dat het gebruik van een vals paspoort bij uitreis een onregelmatige en strafbare uitreis vormt, wat het aannemelijk maakt dat eiser zich aan uitzetting zal onttrekken. Het belang van de openbare orde rechtvaardigt daarom de bewaring. Tevens oordeelde de rechtbank dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld door tijdig contact te zoeken met de Franse autoriteiten en dat de duur van de bewaring niet onredelijk was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open voor zover het de schadevergoeding betreft.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen bewaring ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.