ECLI:NL:RBSGR:2001:AB0679
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Hazara uit Afghanistan wegens ontbreken groepsvervolging
Eiser, een Hazara uit Afghanistan, verzocht om toelating als vluchteling vanwege vermeende vervolging door de Taliban. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van groepsvervolging omdat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat alle Hazara's aan vervolging blootstaan. Hoewel de situatie in Afghanistan zorgwekkend was, volstond dit niet voor vluchtelingenstatus.
Eiser had zich niet onverwijld gemeld bij de vreemdelingendienst, maar de rechtbank achtte de geringe overschrijding van de termijn niet ernstig genoeg om de aanvraag niet-ontvankelijk te verklaren. De rechtbank vernietigde daarom het besluit tot niet-ontvankelijkheid.
Subsidiair werd het beroep ongegrond verklaard omdat eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat hij persoonlijk een gegronde vrees voor vervolging had. Ook klemmende humanitaire redenen voor verblijf werden niet vastgesteld. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt deels gegrond verklaard door vernietiging van de niet-ontvankelijkverklaring, maar verder ongegrond verklaard wegens ontbreken van vluchtelingenstatus.