ECLI:NL:RBSGR:2001:AB0681
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- C.E. Dettmeijer-Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor verblijf alleenstaande vrouw uit Somalië
Verzoekster, een Somalische vrouw behorend tot de minderheidsgroepering Reer Brawa, heeft een aanvraag tot vluchtelingstatus ingediend die is afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid. Zij heeft bezwaar gemaakt tegen deze afwijzing en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar is beslist.
De president van de rechtbank overweegt dat verzoekster, hoewel traditioneel gehuwd, feitelijk als alleenstaande vrouw moet worden beschouwd omdat zij niet weet waar haar echtgenoot verblijft. Volgens werkinstructie 224 kunnen alleenstaande vrouwen onder bepaalde omstandigheden in aanmerking komen voor een vergunning tot verblijf zonder beperkingen.
Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom verzoekster niet tot deze groep gerekend kan worden. Gezien het feit dat haar echtgenoot in een onveilig deel van Somalië woont en zij bij terugkeer naar het relatief veilige gedeelte als alleenstaand zal worden beschouwd, acht de president het verzoek tot voorlopige voorziening gegrond.
De president wijst het verzoek toe, veroordeelt verweerder in de proceskosten en gelast vergoeding van het griffierecht. Hiermee wordt verzoekster toegestaan de behandeling van haar bezwaarschrift in Nederland af te wachten zonder uitzetting.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopige voorziening wordt toegewezen zodat verzoekster als alleenstaande vrouw de behandeling van haar bezwaarschrift in Nederland mag afwachten.