ECLI:NL:RBSGR:2001:AB0684
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid van staandehouding en bewaring vreemdeling bij ontruiming woning
De vreemdeling, met Marokkaanse nationaliteit, werd op 23 januari 2001 in bewaring gesteld tijdens een ontruiming van een woning waar hij een kamer onderhuurde. De verbalisant assisteerde de deurwaarder en betrad de woning na het inslaan van een ruit, waarna de vreemdeling werd aangetroffen en staande gehouden op grond van artikel 19 Vreemdelingenwet Pro.
De vreemdeling betwistte de rechtmatigheid van de staandehouding en bewaring, stellende dat de verbalisant niet bevoegd was tot binnentreden en het stellen van vragen. De rechtbank oordeelde dat de verbalisant bevoegd was de woning te betreden in het kader van de ontruiming en dat de staandehouding rechtmatig was, mede omdat er concrete aanwijzingen waren over illegaal verblijf.
Verder concludeerde de rechtbank dat de bewaring op juiste gronden was gebaseerd, gezien het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning, het onttrekken aan toezicht en het vermoeden van ontduiking van uitzetting. De vreemdeling werd op 2 februari 2001 uitgezet naar Marokko. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de staandehouding en bewaring van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.