ECLI:NL:RBSGR:2001:AB0917
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.E. Dettmeijer-Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Intrekking vestigingsvergunning wegens verplaatsing hoofdverblijf naar het buitenland
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende vreemdeling met een vestigingsvergunning sinds 1972, verbleef gedurende meerdere jaren telkens zes maanden of langer in Turkije. Verweerder trok op grond daarvan zijn vestigingsvergunning in, stellende dat eiser zijn hoofdverblijf naar het buitenland had verplaatst. Eiser voerde aan dat hij zijn hoofdverblijf niet had verplaatst en dat de regels in de Vreemdelingencirculaire (Vc) te strikt werden toegepast, met name dat bij een verblijf van meer dan negen maanden in het buitenland automatisch van verplaatsing wordt uitgegaan ongeacht de wil van de vreemdeling.
De rechtbank oordeelde dat de regels in de Vc slechts als vuistregels kunnen gelden en dat de wil van de vreemdeling meegewogen moet worden. Echter, gelet op het langdurige en herhaalde verblijf van eiser in Turkije, en het ontbreken van voldoende bewijs dat hij zijn hoofdverblijf in Nederland hield, mocht verweerder concluderen dat het hoofdverblijf was verplaatst. De stempels in het paspoort en de verklaringen van eiser ondersteunden dit oordeel. Ook de stelling dat taalproblemen de verklaring onjuist maakten, werd niet aannemelijk geacht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de intrekking van de vestigingsvergunning. Er waren geen klemmende humanitaire redenen die een andere beslissing rechtvaardigden. Tegen deze uitspraak was geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de vestigingsvergunning wordt ongegrond verklaard omdat eiser zijn hoofdverblijf naar Turkije heeft verplaatst.