ECLI:NL:RBSGR:2001:AB0923
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bezwaar tegen intrekking verblijfsvergunning en verzoek voorlopige voorziening
Verzoeker, een Egyptische nationaliteit dragende vreemdeling, had een verblijfsvergunning voor studie die door de Staatssecretaris van Justitie werd ingetrokken. Verzoeker wijzigde tijdens de bezwaarprocedure zijn verblijfsdoel naar verblijf bij zijn Nederlandse echtgenote. De rechtbank oordeelt dat in bezwaar alleen feiten en omstandigheden relevant zijn die samenhangen met het oorspronkelijke verblijfsdoel en dat een nieuw verblijfsdoel niet in bezwaar kan worden meegenomen.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van de Rechtseenheidkamer voor Vreemdelingenzaken (REK) waarbij omstandigheden anders waren, en stelt dat in dit geval een nieuwe aanvraag de juiste weg is om het verblijfsdoel te wijzigen. De intrekking van de vergunning en de uitzetting blijven daarom gehandhaafd.
Omdat het bezwaar ongegrond is verklaard, ziet de rechtbank geen reden om een voorlopige voorziening te treffen die de uitzetting zou schorsen. Er zijn ook geen proceskosten toegekend. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.