ECLI:NL:RBSGR:2001:AB0926
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.J. van Bennekom
- B.E. Mildner
- Th. Luigjes
- Rechtspraak.nl
Weigering verblijfsvergunning voor partner op grond van objectieve belemmeringen en artikel 8 EVRM
Eiser, van Ghanese afkomst en in het bezit van de Franse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning in Nederland om bij zijn partner, eveneens van Franse nationaliteit, te verblijven. De aanvraag werd geweigerd omdat eiser niet voldeed aan de materiële toelatingsvoorwaarden, waaronder het overleggen van een gelegaliseerde en geverifieerde verklaring van ongehuwd zijn en het middelenvereiste.
Eiser voerde aan dat de trage legalisatieprocedure en het ontbreken van een verblijfsvergunning voor zijn partner onzorgvuldig waren en dat de weigering een schending van artikel 8 EVRM Pro betekende. Tevens stelde hij dat het gezinsleven in Ghana niet mogelijk was vanwege de verloren Ghanese nationaliteit van zijn partner en dat hij op grond van EU-recht aanspraak maakte op verblijf.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen rechten aan het EU-recht kon ontlenen en dat het vereiste van een gelegaliseerde ongehuwdverklaring als materiële toelatingsvoorwaarde geldt. Het ontbreken daarvan leidde tot rechtmatige weigering. Verder concludeerde de rechtbank dat geen objectieve belemmeringen waren aangetoond die het gezinsleven in Ghana onmogelijk maken en dat het recht op respect voor familie- en gezinsleven uit artikel 8 EVRM Pro geen algemene verplichting tot toelating inhoudt. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard omdat geen objectieve belemmeringen zijn aangetoond en artikel 8 EVRM geen positieve toelatingsplicht inhoudt.