ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1011
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F. Salomon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid voortgezette inbewaringstelling en last tot uitzetting
Eiser, van Soedanese nationaliteit en verblijvend in een penitentiaire inrichting, werd op 15 januari 2001 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet, gevolgd door een last tot uitzetting. Na het indienen van een aanvraag om vluchtelingenstatus op 17 januari 2001 werd hij opnieuw in bewaring gesteld, nu op basis van een andere wetsgrond. Na intrekking van deze aanvraag op 1 februari 2001 volgde wederom een inbewaringstelling.
Eiser stelde dat de hernieuwde inbewaringstelling onrechtmatig was omdat de last tot uitzetting ontbrak of was opgeschort, wat volgens het beleid van de Staatssecretaris alleen door de Minister van Justitie kon worden gedaan na een vluchtelingenaanvraag. Verweerder betoogde dat het ontbreken van aantekeningen op de last tot uitzetting niet betekent dat deze is ingetrokken en verwees naar eerdere jurisprudentie waarin werd bevestigd dat een last tot uitzetting niet van rechtswege vervalt bij een vluchtelingenaanvraag.
De rechtbank concludeerde dat het beleid niet duidelijk maakt wanneer tot intrekking of opschorting moet worden overgegaan en dat het ontbreken van aantekeningen op de last niet leidt tot het oordeel dat deze is ingetrokken. Omdat niet is gebleken dat de last tot uitzetting is ingetrokken, achtte de rechtbank de inbewaringstelling rechtmatig. Tevens oordeelde de rechtbank dat er geen sprake was van onvoldoende voortvarendheid bij de uitzetting en dat de vrijheidsontnemende maatregel redelijk was.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open voor zover het de schadevergoeding betreft.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortgezette inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.