ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1069
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.J. van Bennekom
- M.A. Vermeulen
- M. Lolkema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verlenging verblijfsvergunning wegens criminele antecedenten binnen driejarenbeleid
Eiser, een Joegoslavische nationaliteit dragende vreemdeling, vroeg op 4 december 1995 verlenging van zijn verblijfsvergunning met wijziging van de verblijfsbeperking. Verweerder wees dit af op grond van het driejarenbeleid omdat eiser op 28 februari 1996 een misdrijf pleegde binnen de driejarige termijn na de aanvraag.
Eiser betoogde dat hij al langdurig legaal in Nederland verbleef en dat de strafrechtelijke veroordeling geen reden mocht zijn voor weigering. Hij stelde dat de driejarentermijn opnieuw zou moeten beginnen na het gepleegde misdrijf. Verweerder stelde dat het driejarenbeleid restrictief is en geen onderscheid maakt tussen eerste toelating en voortgezet verblijf, en dat criminele activiteiten binnen de termijn een contra-indicatie vormen.
De rechtbank volgde verweerder en oordeelde dat het driejarenbeleid geen hernieuwde aanvang van de termijn kent na een strafbaar feit en dat het beleid geen onderscheid maakt tussen situaties met of zonder voorafgaand legaal verblijf. De rechtbank vond dat eiser geen bijzondere omstandigheden had gesteld die afwijking van het beleid rechtvaardigen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verlenging van de verblijfsvergunning werd ongegrond verklaard vanwege een strafbaar feit gepleegd binnen de driejarentermijn van het driejarenbeleid.