ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1070
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering vergunning verblijf wegens onjuiste feitelijke grondslag
Eiser, een Turkse vreemdeling, vroeg in 1997 een verblijfsvergunning aan bij de Nederlandse overheid om toegelaten te worden bij zijn Nederlandse partner. Het verzoek werd in 1998 afgewezen wegens onvoldoende middelen van bestaan van de partner. Na bezwaar en beroep stelde eiser dat het besluit was gebaseerd op onjuiste en onvolledige feiten, onder meer omdat de partner inmiddels een vaste arbeidsovereenkomst had.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit inderdaad op een onjuiste feitelijke grondslag berustte en dat verweerder onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte, mede door het niet verifiëren van gewijzigde omstandigheden gedurende de lange bezwaarprocedure. Verweerder stelde dat de toetsing ex tunc moest plaatsvinden en nieuwe feiten in beroep niet relevant waren, maar de rechtbank verwierp dit standpunt.
De rechtbank vernietigde het besluit en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de bevindingen. Tevens veroordeelde zij verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van een juiste feitelijke grondslag en zorgvuldigheid bij bestuursbesluiten in vreemdelingenzaken.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen.