ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1072
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening bij niet tijdige aanvraag verlenging verblijfsvergunning zonder mvv
Verzoekster diende tien maanden na het verstrijken van haar verblijfsvergunning een aanvraag tot verlenging in, zonder geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling wegens het ontbreken van een mvv. De president van de rechtbank beoordeelde of het bezwaar tegen deze buiten behandeling stelling een redelijke kans van slagen had.
De kern van het geschil betrof de uitleg van beleidsregel TBV 2000/14 en de voorgenomen wijziging van artikel 52a van het Vreemdelingenbesluit. De president oordeelde dat de beleidsregel niet in strijd mocht zijn met het algemeen verbindend voorschrift en dat de aanvraag ondanks de late indiening als een aanvraag om voortgezette toelating moest worden aangemerkt.
Gezien de omstandigheden, waaronder familieomstandigheden die de late indiening verklaarden, werd de aanvraag ten onrechte buiten behandeling gesteld. De president besloot daarom de voorlopige voorziening toe te wijzen, de uitzetting van verzoekster op te schorten en verweerder te veroordelen in de proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De aanvraag tot verlenging van de verblijfsvergunning wordt als voortgezette toelating aangemerkt en de buiten behandeling stelling wordt vernietigd.