ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1142
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.C.R. Derkx
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid bewaring en staandehouding vreemdeling in verband met drugsvermoeden
De vreemdeling werd op 29 december 2000 gefouilleerd en aangehouden nadat hij op een locatie waar regelmatig drugs worden verhandeld twee personen aansprak en een transactie plaatsvond waarbij een bankbiljet werd overhandigd. De gemachtigde van de vreemdeling stelde dat er geen ernstige bezwaren waren voor fouillering en aanhouding, waardoor deze onrechtmatig zouden zijn.
De rechtbank beoordeelde de feiten marginaal en concludeerde dat de politieambtenaren redelijkerwijs ernstige bezwaren mochten aannemen. De daaropvolgende fouillering en strafrechtelijke aanhouding werden daarom niet onrechtmatig geacht. Tevens was de vreemdeling na het strafrechtelijk onderzoek terecht staandegehouden op grond van concrete aanwijzingen van illegaal verblijf.
De inbewaringstelling van de vreemdeling was gebaseerd op het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning, het niet beschikken over een geldig identiteitsbewijs, het onttrekken aan toezicht en het vermoeden dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken. De rechtbank vond dat de uitzetting binnen redelijke termijn kon plaatsvinden en dat de bewaring niet onrechtmatig was.
Het beroep tegen de bewaring werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er waren geen aanwijzingen voor proceskostenveroordeling. Het vonnis werd uitgesproken op 17 januari 2001.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.