ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1172
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.H. Franke
- E.L. Grosheide
- J.F. Miedema
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onrechtmatigheid paspoortvereiste bij weigering verblijfsvergunning
Eiseres, een Angolese nationaliteit houdende vrouw, verzocht om een verblijfsvergunning voor verblijf bij haar echtgenoot. Verweerder weigerde de aanvraag omdat zij niet beschikte over een geldig paspoort, hetgeen volgens verweerder noodzakelijk was voor toelating tot Nederland. Eiseres betwistte dit en voerde aan dat zij redelijkerwijs niet over een paspoort kon beschikken, mede vanwege haar contacten met de Angolese ambassade.
De rechtbank onderzocht de wettelijke grondslagen voor het paspoortvereiste en concludeerde dat artikel 41 Vb Pro en artikel 28, zesde lid, VV geen geldige bevoegdheidsgrondslag vormen voor het stellen van dit vereiste. De regeling waarop artikel 28, zesde lid, VV was gebaseerd, was vervallen per 11 december 1998. Hoewel artikel 11, vijfde lid, Vw een algemene grondslag biedt om vergunningen te weigeren op gronden van algemeen belang, had verweerder dit paspoortvereiste niet uitgewerkt in beleidsregels, waardoor het besluit onvoldoende gemotiveerd was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet voldeed aan de motiveringsplicht zoals vereist in artikel 4:82 Awb Pro, omdat hij niet concreet had aangegeven waarom het paspoortvereiste werd tegengeworpen. Ook werden de bijzondere omstandigheden van eiseres, zoals haar pogingen om een paspoort te verkrijgen en het uitstel-van-vertrekbeleid voor Angolese asielzoekers, onvoldoende betrokken bij de besluitvorming. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen veertien weken opnieuw te beslissen met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wegens ontbreken van een paspoort wordt vernietigd.