ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1178
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en voorlopige voorziening minderjarige Sudanese asielzoeker
Verzoeker, een minderjarige Sudanese asielzoeker, diende een aanvraag in voor toelating als vluchteling. Deze aanvraag werd op 3 maart 2001 door verweerder afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid, omdat verzoeker geen geloofwaardige documenten of verklaringen kon overleggen. Verzoeker stelde dat hij tot de Nuba-stam behoorde en gevlucht was vanwege dreiging tot gevangenneming na het overlijden van zijn verzorgers.
De rechtbank overwoog dat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij de Sudanese nationaliteit bezit en dat er geen reëel risico op foltering of onmenselijke behandeling bij terugkeer bestaat, conform artikel 3 EVRM Pro. Het speciale beleid voor alleenstaande minderjarige asielzoekers (ama-beleid) was van toepassing, maar gaf geen recht op toelating vanwege ongeloofwaardige verklaringen.
Hoewel de uitreiking van de beschikking niet volledig volgens het ama-beleid was verlopen, was niet gebleken dat verzoeker daardoor juridisch in zijn belangen was geschaad. Het recht op opvang volgens het beleid laat onverlet dat verzoeker Nederland onmiddellijk moet verlaten. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het bezwaar en verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen; verzoeker moet Nederland onmiddellijk verlaten.