ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1235
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.P.E.M. Fonteijn
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating als vluchteling wegens onvoldoende bewijs van individuele vervolgingsgevaar
Eiser, een Soedanese vreemdeling, verzocht om toelating als vluchteling in Nederland nadat zijn aanvraag was afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie. Hij stelde dat hij gedeserteerd was uit een militair trainingskamp (PDF) vanwege politieke verdenkingen en angst om ingezet te worden in het zuiden van Soedan.
De rechtbank overwoog dat het PDF-trainingskamp een vrijwilligersorganisatie is waarbij deelname vrijwillig is en niet verplicht tot toetreding tot de PDF. Het voortijdig verlaten van deze training kan niet als desertie worden aangemerkt. Daarnaast is de straf voor desertie niet onevenredig zwaar en wordt deze doorgaans niet ten uitvoer gelegd.
De rechtbank achtte de geloofwaardigheid van eisers verhaal onvoldoende, mede omdat hij pas in bezwaar politieke activiteiten toegaf en de verstrekte documenten onvoldoende objectief waren. Ook was niet aannemelijk dat hij persoonlijk vervolgingsgevaar liep. De angst om ingezet te worden in het zuiden was onvoldoende onderbouwd.
Op grond van artikel 3 EVRM Pro was niet aannemelijk dat eiser een reëel risico liep op foltering of onmenselijke behandeling bij terugkeer. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om vluchtelingenstatus af.
Uitkomst: Het beroep van eiser op toelating als vluchteling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing gehandhaafd.