ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1391
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en onmiddellijke uitzetting van minderjarige uit Sierra Leone
Eiser, een minderjarige uit Sierra Leone, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder wees deze aanvraag af op grond van onvoldoende bewijs van eisers identiteit en nationaliteit, alsmede het ontbreken van gegronde vrees voor vervolging in Sierra Leone.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de aanvraag afwees, mede omdat eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat hij uit Sierra Leone afkomstig is. De rechtbank vond dat verweerder niet in strijd met de wet handelde door ambtshalve te beoordelen of eiser in aanmerking kwam voor een verblijfsvergunning regulier.
Verder werd de vertrektermijn van vier weken verkort tot nul dagen op grond van beleidsregels, omdat gegronde vrees bestond dat eiser misbruik zou maken van een vertrektermijn. De rechtbank vond deze beleidsregel redelijk en rechtmatig.
Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser werd verplicht Nederland binnen 24 uur te verlaten. Er werden geen kosten aan partijen opgelegd. Partijen kunnen hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel en onmiddellijke uitzetting bevestigd.