ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1409
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek jonge Tamil wegens ongeloofwaardig relaas en ontbreken zwaarwegende gronden
Verzoeker, een jonge Tamil uit Sri Lanka, vroeg asiel aan in Nederland. Hij stelde dat hij door de LTTE gedwongen werd tot activiteiten en mishandeld werd door de politie, met littekens als gevolg. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens kennelijke ongegrondheid, omdat verzoeker niet beschikte over documenten om zijn reisroute te staven.
De rechtbank oordeelde dat het asielrelaas ongeloofwaardig was vanwege tegenstrijdigheden en onwaarschijnlijkheden, met name over het reisverhaal en identiteitsbewijs. Zelfs aangenomen dat het relaas geloofwaardig was, waren de gronden onvoldoende zwaarwegend voor vluchtelingenstatus. Verzoeker had geen concrete aanwijzingen dat hij vanwege verdenking van LTTE-activiteiten door autoriteiten werd gezocht.
De rechtbank nam ook mee dat verzoeker na korte detentie werd vrijgelaten en dat het enkele hebben van littekens niet leidde tot een verhoogd risico op vervolging. De overschrijding van de 48-uurstermijn in de AC-procedure werd toegeschreven aan tolkenproblemen en leidde niet tot onrechtmatigheid. Het bezwaar werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afwijzing van het asielverzoek wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.