ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1665
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Falun Gong-aanhanger wegens onvoldoende zwaarwegend asielrelaas
Verzoeker, afkomstig uit China, vluchtte na arrestatie wegens vermeende betrokkenheid bij Falun Gong en vreesde een gevangenisstraf van vijf tot tien jaar bij terugkeer. Hij was als verstekeling per boot vanuit Hong Kong naar Nederland gekomen. Verweerder wees het asielverzoek af vanwege onvoldoende geloofwaardigheid en het ontbreken van documenten. De rechtbank oordeelt dat het asielrelaas op hoofdlijnen consistent en geloofwaardig is, maar niet zwaarwegend genoeg om bescherming te bieden.
De rechtbank stelt dat de AC-procedure terecht is toegepast omdat binnen 48 uur kon worden vastgesteld dat geen reëel risico op vervolging of schending van artikel 3 EVRM Pro bestaat. Verzoekers gebrek aan registratie in China en zijn ontsnapping leiden niet tot een verhoogd risico. De rechtbank acht de stelling van verzoeker over een gevangenisstraf onvoldoende onderbouwd en concludeert dat terugzending niet gelijkstaat aan verkapte uitlevering.
Gelet op het voorgaande verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Het besluit van verweerder tot uitzetting kan derhalve worden uitgevoerd, mogelijk na vreemdelingenbewaring.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het asielverzoek wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.