ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1669
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid bewaring vreemdeling zonder voorafgaand verhoor
De vreemdeling, na afloop van zijn strafrechtelijke detentie, werd op 2 april 2001 in bewaring gesteld zonder voorafgaand verhoor, omdat dit niet kon worden afgewacht. De rechtbank stelt vast dat het verhoor binnen enkele uren na de inbewaringstelling heeft plaatsgevonden, conform artikel 5.2 van het Vreemdelingenbesluit 2000.
De gemachtigde van de vreemdeling voerde aan dat de bewaring onrechtmatig was vanwege het ontbreken van het voorafgaand verhoor en dat een lichter middel dan bewaring volstond, mede omdat de vreemdeling bij zijn ouders kon wonen en niet langer drugsverslaafd was. De rechtbank verwierp deze bezwaren, gelet op de strafrechtelijke antecedenten van de vreemdeling en het vermoeden dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken.
De rechtbank concludeert dat de bewaring niet in strijd is met de Vreemdelingenwet 2000 en dat de maatregel proportioneel en gerechtvaardigd is. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. De vreemdeling kan tegen dit besluit hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.