ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1672
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.P. Smit
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens onvoldoende voortvarendheid bij vreemdelingenbewaring
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, werd op 27 december 2000 in vreemdelingenbewaring gesteld. Na eerdere ongegronde beroepen tegen de bewaring, stelde eiser beroep in tegen de voortzetting van deze maatregel. De rechtbank stelde vast dat het vooronderzoek tijdig was gesloten en dat de zitting binnen een redelijke termijn plaatsvond.
Verweerder reageerde niet tijdig op verzoeken om stukken, maar dit leidde niet tot schending van het recht op verdediging van eiser. Wel was sprake van onvoldoende voortvarendheid bij de voorpresentatie, een verhoor door een IND-medewerker met tolk, die op dezelfde dag plaatsvond als de presentatie bij de Algerijnse autoriteiten. Deze werkwijze leidde tot een vertraging van zeven weken in het uitzettingsproces.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring vanaf 27 februari 2001 onrechtmatig was vanwege deze vertraging. Daarom werd de bewaring per 18 april 2001 opgeheven. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van ƒ 7.350,- voor de onrechtmatige bewaring en tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De bewaring wordt opgeheven wegens onvoldoende voortvarendheid van verweerder en eiser krijgt een schadevergoeding toegekend.