ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1677
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende bewijs van vluchtelingenstatus
Eiser, een Afghaanse nationaliteit, verzocht om toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning wegens humanitaire redenen. Na afwijzing van zijn aanvraag en een ongegrondverklaring van zijn bezwaar, stelde hij beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde de wijze van bekendmaking van de beschikking en concludeerde dat deze conform de wettelijke voorschriften en TBV 1997/6 correct was, waardoor het bezwaar tijdig was ingediend. Vervolgens werd inhoudelijk gekeken naar de vluchtelingenstatus van eiser.
Eiser stelde dat hij door politieke tegenstanders in Afghanistan werd vervolgd vanwege zijn eerdere lidmaatschap van de DVPA en zijn werkzaamheden voor een generaal. De rechtbank vond echter dat eiser geen geloofwaardige en consistente verklaring had gegeven over de aanleiding tot zijn vertrek uit Afghanistan en de aanslag op zijn leven. Ook was niet gebleken dat de situatie in Afghanistan zodanig was dat asielzoekers uit dat land automatisch als vluchteling konden worden aangemerkt.
Op grond van de feiten en de inconsistenties in het relaas van eiser concludeerde de rechtbank dat eiser niet voldeed aan de criteria van het Vluchtelingenverdrag. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd het beroep tegen de weigering van een verblijfsvergunning afgewezen, waarbij verweerder inmiddels een vergunning zonder beperking had verleend.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van asiel en verblijfsvergunning is ongegrond verklaard.