ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1678
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen buitenbehandelingstelling aanvraag verblijfsvergunning gezinshereniging
Verzoeker, van Ghanese nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning met als doel gezinshereniging bij zijn Nederlandse ouder. De aanvraag werd buiten behandeling gesteld door de Immigratie- en Naturalisatiedienst, waarbij verweerder stelde dat het besluit rechtsgeldig was genomen door een bevoegd persoon. Verzoeker betwistte de bevoegdheid van degene die het besluit ondertekende, omdat het ondermandaatbesluit niet op de juiste wijze was bekendgemaakt.
De president van de rechtbank oordeelde dat het ondermandaatbesluit, hoewel gepubliceerd op het intranet van de politie Rotterdam-Rijnmond, niet voldeed aan de vereisten van artikel 3:42 Awb Pro voor bekendmaking aan het publiek. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat degene die het besluit ondertekende daadwerkelijk bevoegd was. Dit gebrek aan bekendmaking leidde ertoe dat het besluit niet rechtsgeldig was genomen binnen de gestelde termijn.
Op grond hiervan werd geoordeeld dat het bezwaar tegen de buitenbehandelingstelling een redelijke kans van slagen had en dat uitzetting van verzoeker achterwege moest blijven totdat op het bezwaar was beslist. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat der Nederlanden aangewezen voor vergoeding van het griffierecht. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de uitzetting van verzoeker wordt verboden totdat op het bezwaar is beslist.