ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1680
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.J. Buijsman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking wegens onvoldoende motivering artikel 8 EVRM bij weigering verblijfsvergunning
Eisers, etnische Albanezen uit Kosovo, vroegen asiel en een verblijfsvergunning aan vanwege vrees voor vervolging en humanitaire redenen. Na afwijzing van hun aanvragen en bezwaar, verklaarde de rechtbank hun beroep op 21 februari 2000 gegrond. Verweerder stelde dat de gewijzigde situatie in Kosovo, waar Servische autoriteiten geen gezag meer uitoefenen, geen grond voor vluchtelingenstatus bood.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van de situatie ten tijde van de beslissing op bezwaar en dat er geen objectieve aanwijzingen waren voor vervolging. De aanvraag op grond van het driejarenbeleid werd afgewezen en deze primaire beschikking was niet aan de rechtbank ter toetsing voorgelegd.
Wel stelde de rechtbank vast dat verweerder naliet een belangenafweging te maken op grond van artikel 8 EVRM Pro, ondanks het gezinsleven met minderjarige kinderen. Daarom werd het beroep van eiser op dit punt gegrond verklaard, de beschikking vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen. Het overige beroep werd ongegrond verklaard. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Beschikking van 19 mei 2000 wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering artikel 8 EVRM; nieuw besluit moet worden genomen.