ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1688
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing weigering verblijfsvergunning op grond van vestigingsalternatief in Noord-Irak
Eiser, een Iraakse asielzoeker en lid van de Iraakse Communistische Partij (ICP), verzocht om toelating als vluchteling en verlening van een vergunning tot verblijf. Verweerder wees dit af en trok de eerder verleende voorwaardelijke vergunning tot verblijf in, stellende dat eiser een binnenlands vestigingsalternatief heeft in Noord-Irak vanwege zijn politieke banden met de ICP.
De rechtbank oordeelt dat de motivering van verweerder ontoereikend is. Uit ambtsberichten blijkt dat de invloed en activiteiten van de ICP in Noord-Irak sinds 1996 zijn afgenomen en dat veel Arabische leden zijn vertrokken. De ICP is niet vertegenwoordigd in de regionale regering en eiser heeft geen vooraanstaande positie binnen de partij. Dit maakt het vestigingsalternatief onvoldoende.
Verder acht de rechtbank niet aannemelijk dat eiser persoonlijk te vrezen heeft voor vervolging in Irak. Hoewel hij in het verleden meerdere keren is gearresteerd en gemarteld, is er geen bewijs dat dit verband houdt met zijn ICP-lidmaatschap. De rechtbank wijst erop dat het relaas van eiser onvoldoende zwaarwegend is om vluchtelingschap aan te nemen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit voor zover het bezwaar ongegrond is verklaard en draagt verweerder op een nieuwe beschikking te geven. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende gemotiveerd vestigingsalternatief.