ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1689
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.M. van Schuilenburg
- G. Blomsma
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Reer Hamar lid wegens voldoende vestigingsalternatief in Puntland
Eiser, lid van de Reer Hamar subclan Shaanshi uit Somalië, verzocht om toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning op humanitaire gronden. Verweerder wees het verzoek af op basis van twijfel aan de geloofwaardigheid van het relaas en het bestaan van een veilig vestigingsalternatief in het noorden van Somalië (Puntland).
De rechtbank stelde vast dat eiser voldoende aannemelijk had gemaakt tot de Reer Hamar te behoren en dat de algemene situatie in Somalië niet zodanig is dat asielzoekers automatisch als vluchteling worden erkend. Hoewel eiser mishandelingen had ondervonden, was onvoldoende bewijs dat deze persoonlijk gericht waren op zijn etnische achtergrond.
De beleidswijziging van 3 april 2000, gebaseerd op een ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken, stelde dat leden van de Reer Hamar een vestigingsalternatief hebben in Puntland. De rechtbank oordeelde dat verweerder binnen zijn ruime beoordelingsvrijheid redelijk kon concluderen dat de veiligheid van deze groep in Puntland voldoende gewaarborgd is, ondanks summiere informatie en mogelijke discriminatie.
De rechtbank verwierp de door eiser aangevoerde tegenargumenten, waaronder rapporten van Amnesty International en UNHCR, omdat deze onvoldoende onderbouwd waren. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen vergoeding van kosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard vanwege het bestaan van een voldoende vestigingsalternatief in Puntland.