ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1752
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduring vreemdelingenbewaring na zes maanden met zicht op uitzetting
Eiser verblijft sinds 2 oktober 2000 in vreemdelingenbewaring en heeft meerdere keren beroep ingesteld tegen de voortzetting daarvan. De rechtbank heeft eerder deze beroepen ongegrond verklaard. Bij het huidige beroep stelt eiser dat de voortzetting van de bewaring onrechtmatig is omdat er geen zicht is op uitzetting en verweerder onvoldoende voortvarend is.
Verweerder voert aan dat er zicht is op uitzetting omdat de Congolese diplomatieke vertegenwoordiging heeft toegezegd laissez-passers te verstrekken vanaf medio april, begin mei 2001. Eiser is ongewenst verklaard en er zijn vluchtboekingen geweest die door omstandigheden zijn geannuleerd. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende voortvarend optreedt en dat er zicht is op uitzetting op korte termijn.
De rechtbank weegt mee dat het belang van eiser bij vrijheid zwaarder wordt na zes maanden bewaring, maar dat deze omslag onder omstandigheden later kan plaatsvinden. Gezien de omstandigheden acht de rechtbank de voortzetting van de bewaring redelijk en niet in strijd met de wet. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.