ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1768
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F. Salomon
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring vreemdeling na zes maanden
Eiser, een vreemdeling zonder vaste woon- of verblijfplaats, werd op 29 juli 2000 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet. De bewaring duurde langer dan zes maanden, waarna eiser beroep instelde tegen de voortzetting en tevens schadevergoeding vorderde.
Verweerder gaf aan dat de bewaring was opgeheven vanwege het verstrijken van de zesmaandentermijn, maar stelde dat de schadevergoeding nihil moest zijn omdat eiser het onderzoek zou hebben tegengewerkt door het gebruik van aliasnamen en het achterhouden van informatie. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder zelf verantwoordelijk was voor het tijdig beëindigen van de bewaring en dat er geen gegronde reden was om de schadevergoeding te beperken.
De rechtbank wees het beroep toe, stelde vast dat de bewaring na zes maanden niet langer gerechtvaardigd was en kende een schadevergoeding toe van 1500 gulden, gebaseerd op 150 gulden per dag dat eiser onrechtmatig in bewaring was gehouden. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
De uitspraak benadrukt het belang van tijdige beoordeling van de rechtmatigheid van bewaring en het gebruik van elektronische hulpmiddelen om de termijn te monitoren. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open voor zover het de schadevergoeding betreft.
Uitkomst: De rechtbank kende een schadevergoeding van 1500 gulden toe wegens onrechtmatige voortzetting van bewaring na zes maanden.