ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1913
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen buitenbehandelingstelling verlenging verblijfsvergunning wegens ontbreken mvv
Verzoekster, een Israëlische vrouw die sinds 1984 in Nederland verblijft, had een aanvraag tot verlenging van haar verblijfsvergunning ingediend. Deze aanvraag werd buiten behandeling gesteld wegens het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verzoekster maakte bezwaar tegen deze buitenbehandelingstelling en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar moest worden aangemerkt als bezwaar tegen afwijzing van een reguliere aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning onder de Vreemdelingenwet 2000. De schorsingsregeling van de oude Vreemdelingenwet bleef van toepassing op besluiten bekendgemaakt voor 1 april 2001, maar de bevoegdheid van de president om kort te sluiten met toepassing van artikel 33b Vw verviel na die datum.
In dit bijzondere geval, waarbij verzoekster niet tijdig verlenging had aangevraagd wegens omstandigheden die haar niet konden worden toegerekend en de rappelbrief niet was verzonden, kon verweerder niet in redelijkheid het mvv-vereiste blijven tegenwerpen. De rechtbank stelde vast dat verzoekster langdurig in Nederland verbleef, gezondheidsproblemen had, en actief was in werk en vrijwilligerswerk. De aanvraag moest daarom inhoudelijk worden behandeld en de voorlopige voorziening werd toegewezen, waarbij uitzetting werd verboden tot op bezwaar was beslist.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting blijft achterwege tot beslissing op bezwaar.