ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1914
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening inzake redelijke beslistermijn mvv-aanvraag gezinsvorming
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening in verband met de overschrijding van de redelijke beslistermijn voor de verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan een Iraakse vrouw, A, gehuwd met een Nederlandse man, B. B heeft via de referentenprocedure een positief advies ontvangen voor de mvv, maar de Nederlandse ambassade in Amman heeft de afgifte vertraagd vanwege een identiteitscontrole.
De rechtbank oordeelt dat de brief waarin de Visadienst aan B meldt dat er geen bezwaar bestaat tegen de afgifte van de mvv geen beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is, maar een interne machtiging. De ambassade heeft ten onrechte om een lijst met identificerende vragen gevraagd, omdat deze procedure niet van toepassing is op gezinsvorming met een Nederlander.
De rechtbank stelt dat een termijn van enkele dagen toereikend is voor een onderzoek naar de authenticiteit van het getoonde reisdocument en dat, bij gebrek aan concrete aanwijzingen van onauthenticiteit, een redelijke beslistermijn maximaal twee weken bedraagt. In deze zaak is die termijn overschreden, waardoor de voorlopige voorziening wordt toegewezen met het bevel aan de ambassade om binnen 48 uur na melding een beschikking te geven of mededeling te doen over nader onderzoek.
De rechtbank wijst het verzoek toe, veroordeelt de verweerder in de proceskosten en wijst de Staat aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank beveelt binnen 48 uur een beschikking te geven op de mvv-aanvraag of mededeling te doen over nader onderzoek.