ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1918
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onzorgvuldige en onvoldoende voortvarende bewaring wegens nalatig paspoortonderzoek
Eiser, van Liberiaanse nationaliteit, werd op 16 april 2001 in bewaring gesteld op grond van een verdenking van een vals paspoort. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen deze bewaring. Verweerder stelde dat nader onderzoek naar het paspoort in het vreemdelingenrechtelijk traject niet nodig was, omdat het slechts de reden voor de strafrechtelijke aanhouding was. De rechtbank verwierp dit standpunt en stelde dat verweerder in een vroeg stadium onderzoek had moeten verrichten naar de geldigheid van het paspoort en het Italiaanse verblijfsdocument van eiser.
De rechtbank constateerde dat eiser niet was gewezen op het recht op rechtsbijstand tijdens de ophouding, wat in strijd was met de Vreemdelingenwet 2000 en de Vreemdelingencirculaire. Hoewel het strafrechtelijk traject met een sepot was geëindigd en de strafrechtelijke aanhouding rechtmatig was, was de vreemdelingenrechtelijke bewaring onzorgvuldig en onvoldoende voortvarend uitgevoerd.
Omdat het onderzoek naar de documenten niet had plaatsgevonden en het belang daarvan groot was voor de rechtmatigheid van het verblijf van eiser, oordeelde de rechtbank dat de vrijheidsontnemende maatregel niet gerechtvaardigd was. De bewaring werd per direct opgeheven en eiser kreeg een schadevergoeding toegekend voor de periode dat hij onterecht vastzat. Tevens werden de proceskosten aan eiser toegewezen.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt opgeheven wegens nalatig onderzoek en onzorgvuldige handelwijze, met toekenning van schadevergoeding en proceskosten.