ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1920
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid bewaring vreemdeling na staandehouding wegens verboden bromfietsgebruik
De vreemdeling, geboren in 1955 in het toenmalige Tsjecho-Slowakije, werd staande gehouden als bestuurder van een bromfiets betrokken bij een aanrijding. Hij kon geen rijbewijs tonen en gaf zijn geboorteplaats slechts op als het land dat inmiddels staatkundig niet meer bestaat. De politie bood hem de gelegenheid vrijwillig naar het bureau te gaan, waar bleek dat hij geen geldige documenten kon overleggen.
De rechtbank oordeelde dat de staandehouding en de daaropvolgende bewaring rechtmatig waren. De vermelding van de geboorteplaats leverde een redelijk vermoeden van illegaal verblijf op. De bewaring werd opgelegd in het belang van de openbare orde en met het oog op uitzetting, omdat de vreemdeling geen geldige verblijfsvergunning of identiteitsbewijs had en vermoedelijk aan uitzetting zou ontkomen.
De rechtbank vond dat er voldoende zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn en dat de maatregel niet onredelijk was. Het beroep tegen de bewaring werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.