ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1921
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- F. Salomon
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit wegens onrechtmatige toepassing contra-indicatie
Verzoeker, een Angolese vreemdeling die sinds 1990 in Nederland verblijft, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op humanitaire gronden. Deze aanvraag werd buiten behandeling gesteld vanwege het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit en verzocht de rechtbank om schorsing van de uitzetting totdat op het bezwaar is beslist.
De staatssecretaris beriep zich op een contra-indicatie wegens criminele antecedenten en het ontbreken van een geldige mvv, en wees het verzoek af. Verzoeker stelde dat het uitstel-van-vertrekbeleid ten aanzien van Angola en zijn langdurig verblijf in Nederland bijzondere omstandigheden vormden die vrijstelling van het mvv-vereiste rechtvaardigden.
De rechtbank oordeelde dat de werkinstructie die de contra-indicatie regelt ruimte laat voor een belangenafweging, in tegenstelling tot de Vreemdelingencirculaire. De staatssecretaris had echter niet aangetoond waarom de contra-indicatie in dit geval van toepassing was. Gezien de omstandigheden en het uitstel-van-vertrekbeleid werd het verzoek tot schorsing van de uitzetting toegewezen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat aangewezen voor vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van het uitzettingsbesluit wordt toegewezen omdat de contra-indicatie onvoldoende is gemotiveerd.