ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1922
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Grijns
- Rechtspraak.nl
Vergunning tot verblijf zelfstandige arbeid: belang Nederlandse economische activiteit niet hoofdvoorwaarde
Eisers, van Russische nationaliteit, vroegen in juni 1997 een vergunning tot verblijf aan met als doel het verrichten van arbeid als zelfstandige en verblijf bij echtgenoot. Verweerder weigerde deze vergunningen, stellende dat eisers niet voldeden aan de belangrijkste voorwaarde, namelijk dat hun bedrijfsactiviteiten een wezenlijk Nederlands economisch belang dienden.
De rechtbank beoordeelde de toepasselijke bepalingen uit de Vreemdelingencirculaire (Vc) en constateerde dat de voorwaarde van het dienen van een Nederlands economisch belang niet als hoofdvoorwaarde is geformuleerd. De belangrijkste voorwaarde is dat de vreemdeling zelfstandige ondernemersactiviteiten verricht. Verweerder had dit niet gemotiveerd en de rechtbank volgde dit standpunt niet.
Gezien het feit dat eiser nog steeds een bedrijf als zelfstandige uitoefent, concludeerde de rechtbank dat hij voldoet aan de belangrijkste voorwaarde voor een vergunning tot verblijf voor zelfstandige arbeid. Het beroep werd daarom gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd en verweerder opgedragen nieuwe besluiten te nemen. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan eisers toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en eisers krijgen de vergunning tot verblijf voor zelfstandige arbeid toegekend.