ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1934
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.J. van Bennekom
- A. Wolfsen
- Th. Holterman
- Rechtspraak.nl
Toekenning verblijfsvergunning wegens reëel risico op vervolging door IMIK in Noord-Irak
Eiser, van Koerdische afkomst uit Noord-Irak en voormalig hoofd beveiliging van het politbureau van de ICP, werd gezocht door de IMIK na het arresteren van een lid van deze beweging. Na een aanslag op zijn leven en negatieve uitlatingen over de IMIK op radio en televisie, vreesde hij terecht vervolging.
Verweerder stelde dat het asielrelaas niet ongeloofwaardig was, maar dat eiser niet meer in de negatieve belangstelling van de IMIK stond en voldoende bescherming kon krijgen van de KDP, PUK of eigen partij. De rechtbank oordeelde dat dit standpunt onvoldoende was gemotiveerd en dat de risico's en bedreigingen door de IMIK niet konden worden uitgesloten.
De rechtbank benadrukte dat de omstandigheden van het geval, zoals de positie van eiser, zijn openlijke kritiek op de IMIK en de onduidelijkheid over de beschermingsmogelijkheden, een reëel risico op vervolging aannemelijk maken. Het bestreden besluit werd vernietigd wegens gebrek aan deugdelijke motivering en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering en onjuiste waardering van het risico op vervolging door de IMIK.