ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1995
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergunning verblijf bij echtgenoot ondanks niet voldoen samenlevingsvereiste wegens inherente afwijkingsbevoegdheid
Eiseres, een Surinaamse vrouw, vroeg een vergunning tot verblijf aan voor verblijf bij haar Nederlandse echtgenoot die door dementie permanent in een verpleeghuis verblijft. De aanvraag werd geweigerd omdat niet werd voldaan aan het samenlevingsvereiste uit het gezinsherenigingsbeleid, en verweerder stelde dat er geen klemmende humanitaire redenen waren.
De rechtbank stelde vast dat verweerder het beleid juist toepaste door te oordelen dat feitelijke samenwoning niet mogelijk is en ook in de toekomst niet zal plaatsvinden. Echter, verweerder had moeten onderzoeken of bijzondere omstandigheden bestonden om gebruik te maken van de inherente afwijkingsbevoegdheid van artikel 4:84 Awb Pro, hetgeen niet was gebeurd.
Eiseres had aangetoond dat zij intensief contact onderhoudt met haar echtgenoot en hem morele steun biedt, ondanks het ontbreken van feitelijke samenwoning. De rechtbank oordeelde dat de bestreden beschikking onvoldoende gemotiveerd was omdat deze geen aandacht besteedde aan deze bijzondere omstandigheden.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de beschikking vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de weigering van de verblijfsvergunning en draagt verweerder op opnieuw te beslissen met inachtneming van de inherente afwijkingsbevoegdheid.