ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1998
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.I. Klaasens
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens twijfel asielrelaas en nationaliteit
Verzoekers, een echtpaar van Armeense en Azerbeidzjaanse afkomst, vroegen asiel aan wegens vervolging in Nagorno Karabach en Oekraïne. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wees de aanvragen af wegens kennelijke ongegrondheid, onder meer vanwege ontbrekende documenten en twijfel over het verblijf in Nagorno Karabach na 1992.
Verzoekers stelden dat zij wel degelijk vervolging vrezen en dat het ontbreken van documenten niet aan hen te wijten is. De rechtbank overwoog dat de inconsistenties in het relaas niet zodanig waren dat het ongeloofwaardig werd. Ook kon niet met absolute zekerheid worden gesteld dat er geen Azerbeidzjaanse mensen meer in Nagorno Karabach wonen.
De rechtbank verwierp het standpunt van de IND dat verzoekers zich ook in Armenië of Oekraïne konden vestigen, omdat zij de nationaliteit van die landen gemakkelijk konden verkrijgen, aangezien zij die nationaliteit niet daadwerkelijk bezitten. De voorlopige voorziening werd toegewezen, waardoor uitzetting werd verboden tot op het bezwaar is beslist.
De rechtbank veroordeelde de Staat tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekers. Er werd geen uitspraak gedaan op het bezwaar zelf, dat nog in behandeling is.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en verbiedt uitzetting tot op het bezwaar is beslist.