ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1999
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens twijfel over vestigingsalternatief in Nagorno Karabach
Verzoekers, een echtpaar van Armeense afkomst uit Azerbeidzjan, deden in september 1999 een asielaanvraag in Nederland. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wees hun aanvragen af, onder meer omdat zij niet geloofwaardig achtte dat verzoekers uit Azerbeidzjan afkomstig waren en omdat een binnenlands vestigingsalternatief in Nagorno Karabach aanwezig zou zijn. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen de rechtbank om een voorlopige voorziening tegen uitzetting.
De rechtbank oordeelde dat de rapporten van de taalanalyse niet overtuigend waren om te concluderen dat verzoekers uit Nagorno Karabach afkomstig waren en dat het relaas niet ongeloofwaardig kon worden geacht. Ook was onduidelijk of het vestigingsalternatief in Nagorno Karabach daadwerkelijk aan verzoekers kon worden tegengeworpen, mede omdat dit gebied alleen via Armenië bereikbaar is en de situatie ter plaatse onzeker is.
Gezien de complexiteit en het ontbreken van voldoende informatie over de leefomstandigheden in Nagorno Karabach, achtte de rechtbank nader onderzoek noodzakelijk. Daarom wees zij het verzoek tot voorlopige voorziening toe en verbood zij de uitzetting van verzoekers totdat op het bezwaar was beslist. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoekers.
Uitkomst: De rechtbank verbiedt de uitzetting van verzoekers totdat op het bezwaar is beslist vanwege onvoldoende duidelijkheid over het vestigingsalternatief in Nagorno Karabach.