ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2005
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- C.P.E.M. Fonteijn
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating als vluchteling wegens onvoldoende aannemelijkheid van vervolgingsgevaar
Verzoeker, Iraakse Koerd en voormalig lid van de PKK, vroeg asiel aan in Nederland maar kreeg afwijzing wegens kennelijke ongegrondheid. Hij stelde vervolging te vrezen door PKK en familie van geronselde jongeren, maar kon dit niet voldoende aannemelijk maken.
De rechtbank overwoog dat de situatie in Noord-Irak relatief stabiel is, met voldoende bescherming in het PUK-gebied. De vrees van verzoeker voor de PKK was gebaseerd op vermoedens en onvoldoende concreet. Ook bloedwraak door de Besarie-stam werd niet als vluchtelingsgrond erkend.
Verzoeker verbleef bovendien maanden in Turkije zonder bescherming te zoeken, wat zijn vrees ondermijnt. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen reden voor een verblijfsvergunning op humanitaire gronden.
Uitkomst: Het bezwaar van verzoeker wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.