ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2008
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid en belangenafweging bij inbewaringstelling vreemdeling
Eiser, een vreemdeling van Surinaamse nationaliteit, werd op 9 maart 2001 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 26 van Pro de Vreemdelingenwet (oud). Het bevel tot bewaring werd niet onverwijld aan hem uitgereikt, wat een schending van artikel 83 van Pro het Vreemdelingenbesluit (oud) inhoudt. De rechtbank erkent deze schending, maar stelt dat de inbewaringstelling niet in alle gevallen onrechtmatig is.
De ratio van artikel 83 Vb Pro is het zwaarwegende belang van de vreemdeling om onverwijld op de hoogte te zijn van de titel en gronden van vrijheidsontneming en de mogelijkheden tot rechtsmiddelen. Eiser was mondeling op de hoogte gesteld en heeft nog dezelfde dag beroep ingesteld, waardoor hij niet in relevante mate in zijn belangen is geschaad.
Eiser voerde aan dat de maatregel disproportioneel was gezien zijn langdurig verblijf en familiebanden in Nederland, en dat verweerder onvoldoende voortvarend was in de voorbereiding van zijn uitzetting. Verweerder stelde dat eiser illegaal verbleef zonder geldig paspoort, dat het bevel tot bewaring noodzakelijk was en dat er voldoende inspanningen werden verricht richting Surinaamse autoriteiten.
De rechtbank concludeert dat het bevel tot bewaring passend is, dat verweerder tijdig handelde met betrekking tot uitzetting en dat de belangenafweging in redelijkheid gerechtvaardigd is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.