ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2361
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.F.J.M. Schröder
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belangenafweging bij bewaring vreemdeling op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet 2000
Eiseres is op 17 april 2001 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat de noodzakelijke reisdocumenten voor terugkeer naar Bosnië aanwezig waren of spoedig beschikbaar zouden zijn. De rechtbank heeft onderzocht of bij de toepassing van dit artikel een belangenafweging heeft plaatsgevonden, zoals vereist volgens de parlementaire geschiedenis van de wet.
Verweerder heeft toegelicht dat er sprake is van een weerlegbaar rechtsvermoeden: een vreemdeling wordt in bewaring gesteld tenzij hij aantoont over geldige reisdocumenten en middelen voor terugreis te beschikken en bereid is vrijwillig terug te keren. Daarnaast kunnen persoonlijke omstandigheden een rol spelen om af te zien van bewaring. In het onderhavige geval is echter niet gebleken dat eiseres bereid is terug te keren naar Bosnië.
Hoewel de rechtbank constateert dat eiseres niet expliciet de mogelijkheid is geboden om persoonlijke omstandigheden aan te voeren en dat in de maatregel van bewaring geen belangenafweging is opgenomen, leidt dit niet tot onrechtmatigheid van de bewaring. De rechtbank acht het handelen van verweerder voldoende voortvarend en ziet geen reden om de bewaring op te heffen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.