ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2362
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A.A. Mondt-Schouten
- W.J. van Bennekom
- R.H.M. Bruin
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende bewijs ononderbroken verblijf
Eiser, een Turkse vreemdeling die sinds begin jaren '80 in Nederland verblijft, vroeg op grond van de Tijdelijke regeling witte illegalen (TBV) een verblijfsvergunning aan. Verweerder wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs van ononderbroken verblijf vanaf 1 januari 1992 en het verstrekken van onjuiste gegevens over dienstverbanden.
De rechtbank overwoog dat het primair aan de vreemdeling is om het verblijf aan te tonen, maar dat verweerder de overgelegde bewijsstukken niet op juiste wijze heeft gewogen. Getuigenverklaringen en loonverklaringen werden ten onrechte niet of onvoldoende meegewogen. Ook was het besluit niet deugdelijk gemotiveerd en had eiser gehoord moeten worden, zeker omdat het bezwaar een redelijke kans van slagen had.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen waarbij ook de door eiser overgelegde stukken en zijn toelichting worden betrokken. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.