ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2398
Rechtbank 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens primaire beslissing in sociaal zekerheidsrecht
Eiseres, met psychische en lichamelijke klachten, was ziekgemeld en ontving een Ziektewetuitkering. Verweerder beëindigde deze uitkering per 9 september 1999 wegens vermeende arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar wijzigde verweerder de grondslag en stelde dat geen recht op ziekengeld bestond vanaf 29 april 1999, vanwege het verstrijken van de maximale uitkeringsduur van 52 weken. Eiseres stelde dat zij wel recht had op een WAO-uitkering en dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit een primaire beslissing betreft, omdat verweerder voor het eerst over de toepasselijkheid van de Wet Amber heeft beslist en het eerdere besluit van 9 september 1999 heeft herroepen. Omdat beroep tegen primaire beslissingen niet mogelijk is, moet het beroepschrift als bezwaarschrift worden aangemerkt en dient verweerder alsnog te beslissen.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk, veroordeelt verweerder in de proceskosten van ƒ 1.420,- en gelast vergoeding van het griffierecht van ƒ 60,- aan eiseres. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het een primaire beslissing betreft; verweerder wordt veroordeeld in proceskosten en griffierecht.