ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2407
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing paspoortvereiste bij vergunning tot verblijf
Eiseres, een Iraakse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een vergunning tot verblijf bij haar echtgenoot in Nederland. Verweerder wees deze aanvraag af op grond van het ontbreken van een geldig paspoort, een vereiste volgens het reguliere toelatingsbeleid.
Tijdens het administratief beroep bleek echter dat eiseres in het bezit was geweest van een door de Nederlandse overheid afgegeven vreemdelingenpaspoort, geldig gedurende een deel van de beroepsperiode. De rechtbank stelde vast dat verweerder dit document ten onrechte niet had erkend als geldig reisdocument ter vervanging van een nationaal paspoort.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit gebaseerd was op een onjuiste feitelijke grondslag en vernietigde het besluit. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat der Nederlanden aangewezen als rechtspersoon voor vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onjuiste feitelijke grondslag omtrent het paspoortvereiste.