ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2408
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning vluchtelingenstatus aan Afghaanse echtpaar wegens gegronde vrees voor vervolging
Eisers, een Afghaans echtpaar bestaande uit een Tadjiekse man en een christelijke vrouw van Russische afkomst, vroegen asiel aan in Nederland. De IND wees hun aanvragen af, stellende dat het behoren tot de Tadjiekse bevolkingsgroep en het lidmaatschap van de DVPA onvoldoende waren om vluchtelingenstatus toe te kennen. Tevens werd de vrees voor vervolging door de Taliban niet aannemelijk geacht.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende informatie was over de positie van christenen en gemengde huwelijken in Afghanistan, en dat de detentie van eiser door de Jamiat-e-Islami en zijn vrees voor de Taliban gegrond waren. De rechtbank stelde dat eisers in het kader van zorgvuldige besluitvorming hadden moeten worden gehoord.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de bestreden besluiten en beval een nieuw besluit met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep van het Afghaanse echtpaar wordt gegrond verklaard en de afwijzende verblijfsbesluiten worden vernietigd.