ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2413
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning asiel aan Koerdische medewerker van ontmijningsorganisatie wegens verhoogd risico op vervolging
Eiser, een Koerdische man uit Noord-Irak, werkte van 1994 tot 1997 bij de Mine Advisory Group (MAG), een NGO die zich bezighoudt met het onschadelijk maken van bommen. Hij vreesde vervolging door de Iraakse autoriteiten vanwege zijn werkzaamheden, mede omdat de Iraakse regering deze NGO beschuldigt van sabotage en spionage. Ondanks dat eiser niet persoonlijk ontmijningsactiviteiten uitvoerde, achtte de rechtbank dit onvoldoende reden om hem niet tot de risicogroep te rekenen.
De staatssecretaris had het verzoek van eiser afgewezen, stellende dat eiser geen concrete aanwijzingen van vervolging had en dat hij geen problemen had ondervonden na beëindiging van zijn werkzaamheden. Ook zou eiser bescherming kunnen vinden bij de Koerdische partijen PUK en KDP. De rechtbank verwierp deze argumenten, stellende dat de ambtsberichten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de UNHCR een verhoogd risico voor medewerkers van specifieke NGO's bevestigen en dat Noord-Irak geen veilig alternatief biedt.
De rechtbank vernietigde het besluit van de staatssecretaris wegens gebrek aan draagkrachtige motivering en veroordeelde de staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De rechtbank gaf aan dat eiser opnieuw een beslissing moet krijgen met inachtneming van haar overwegingen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van verblijf wordt vernietigd.