ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2415
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting Turks-Koerdische dienstweigeraar wegens gegronde vrees voor vervolging
Verzoeker, een Turkse Koerd, vreesde vervolging vanwege zijn weigering militaire dienst te vervullen uit gewetensbezwaren en banden met zijn volk. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wees zijn asielaanvraag af, stellende dat geen gegronde vrees voor vervolging bestond en dat verzoeker onvoldoende banden met het Koerdische volk had.
De rechtbank oordeelt dat niet op voorhand kan worden aangenomen dat verzoeker geen hechte banden heeft met zijn volk en dat het ambtsbericht niet uitsluit dat Koerdische dienstweigeraars tegen hun eigen volk worden ingezet. Gezien de onzekerheid over de situatie in Zuidoost-Turkije en de mogelijkheid dat nieuwe informatie beschikbaar komt, is nader onderzoek noodzakelijk.
De president van de rechtbank wijst het verzoek tot voorlopige voorziening toe en verbiedt de uitzetting van verzoeker tot vier weken na beslissing op bezwaar. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten. Er is geen rechtsmiddel tegen deze uitspraak mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en verbiedt de uitzetting van verzoeker tot vier weken na beslissing op bezwaar.