ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2420
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel Reer Hamar lid
Eiser, een lid van de kwetsbare bevolkingsgroep Reer Hamar uit Somalië, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zijn aanvraag werd afgewezen door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) omdat geen vluchtelingenrechtelijke vervolging werd vermoed en hij geen documenten kon overleggen. De rechtbank erkent dat leden van de Reer Hamar in een uiterst kwetsbare positie verkeren en dat reeds geringe aanwijzingen van vervolging kunnen leiden tot erkenning als vluchteling.
Eiser stelde dat hij Somalië in 1991 moest verlaten vanwege de vervolging van zijn familieleden, waaronder de moord op zijn vader en zussen. Hoewel het veiligheidsrisico bij terugkeer na jaren is afgenomen, is onvoldoende duidelijkheid over de omstandigheden van zijn vertrek. De rechtbank oordeelt dat de zaak niet geschikt is voor afdoening in het aanmeldcentrum (AC) en dat het beroep gegrond is.
De beschikking van 23 april 2001 wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser. Partijen kunnen binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de beschikking tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.