ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2421
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- O.A.P. van der Roest
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige inbewaringstelling vreemdeling wegens onvoldoende dossiergegevens
Een Russische vreemdeling werd op 29 maart 2001 aangehouden op verdenking van winkeldiefstal. De strafzaak werd de volgende dag geseponeerd wegens gebrek aan bewijs, waarna de vreemdeling werd overgedragen aan de vreemdelingendienst en in bewaring gesteld. De rechtbank constateerde dat het departementale dossier onvoldoende gegevens bevatte om de rechtmatigheid van het strafrechtelijk voortraject te toetsen, omdat slechts het proces-verbaal van de winkeldiefstal beschikbaar was en andere relevante documenten ontbraken.
De vreemdeling stelde beroep in tegen zijn inbewaringstelling en verzocht om schadevergoeding. De bewaring werd op 3 april 2001 opgeheven. De rechtbank oordeelde dat door het ontbreken van essentiële stukken het strafrechtelijk voortraject en de daaropvolgende inbewaringstelling onrechtmatig waren. Daarom werd het beroep gegrond verklaard.
De rechtbank kende een schadevergoeding toe van ƒ 200 per dag voor vier dagen in bewaring, totaal ƒ 800, en veroordeelde de Staat tot vergoeding van de proceskosten van ƒ 1420. De beslissing werd genomen op basis van de toen geldende Vreemdelingenwet en de overgangsregeling van de Vreemdelingenwet 2000.
Uitkomst: Het beroep tegen de inbewaringstelling wordt gegrond verklaard en een schadevergoeding van ƒ 800 wordt toegekend.